daar ben ik weer

16 maart 2020

Kijk, ik heb ook geen idee wat dit wordt. Maar ik weet wel dat mijn handen kriebelen. Nadat ik een jaar aan mijn boek had gewerkt, werd me duidelijk dat ik het schrijven ontzettend had gemist. Iets wat ik jaren geleden dagelijks deed, was verdwenen uit mijn leven. Het had plaats gemaakt voor praten tegen een camera. Dat heeft natuurlijk ook zijn charme, maar het is toch anders. Woorden hebben iets bijzonders. En dus ben ik gaan zitten om een blogpost te schrijven, voor het eerst sinds achttien maanden.

Lees meer

wildernis

9 september 2018

geef me een infuus vol bloemen
schenk wat zonlicht bij m’n gif
ik wil me niet meer nuchter voelen
hoop niet dat ik me vergis

Ik schreef deze eerste verse los van muziek of melodie, in mijn favoriete café met een grote cappuccino naast me. Later die maand maakte ik een demo thuis die veel donkerder klonk dan de andere dingen die ik had geschreven tot nu toe. Ik combineerde de mysterieuze synth akkoorden met een djembé beat en zong de eerste melodie erop in, maar was er eigenlijk een beetje onzeker over. Toch liet ik de demo een paar weken later horen aan Guido en Jan, toen we bezig waren in de studio. Hun enthousiasme verbaasde me, maar die dag veranderde de ietwat gekke demo in een liedje dat mijn hart veroverde. Het liedje waarvan ik wist dat het mijn eerste, nieuwe single moest gaan worden.

dit is wildernis

• een blije lijst •

5 juli 2018

Hey. Ik verbaas me over het feit hoe makkelijk ik dingen uit mijn leven laat glijden, wanneer ik gefocust ben op iets anders. Niet omdat ik ze niet leuk vind, maar omdat ik heel moeilijk mijn aandacht verdeel. Zo spreek ik makkelijk een vriendin maanden niet, wanneer diegene me zelf geen appje stuurt. Wanneer we dan in gesprek zijn merk ik hoe gezellig het voelt, maar na zo’n gesprek verdwijnt de ander weer snel uit mijn gedachten. Ik zou willen dat het anders was, maar misschien ben ik simpelweg slecht in vriendschap. Maar daar gaat dit stukje niet over. Ik wilde zeggen dat ik mijn blog was vergeten. De plek waar ik jarenlang schreef over lief en leed, mijn startpagina was, aanvoelde als mijn kindje. En gisteravond voelde ik ineens de extreme drang om te typen, een bericht langer dan ik kan plaatsen onder een Instagram foto, voor een publiek dat nog wat intiemer aanvoelt dan op Twitter. Toch heb ik gisteren niet geschreven, want ik verloor mezelf in de duizenden blogposts die ik ooit online heb gezet. En gisteravond, helaas voor jullie, offline heb gehaald. Het voelde als iets wat ik moest doen, iets wat me rust zou geven, net als wat ik met veel van mijn YouTube video’s heb gedaan. Dat oude stukje van mij wil ik weer voor mezelf hebben. Vandaar dat ik niets heb verwijderd, maar enkel op privé heb gezet. Wat ooit helemaal niet privé aanvoelde, wilde ik nu graag opsluiten in een memory box die alleen ik kan openen.

Lees meer

• 50/50 •

19 februari 2018

Het gebeurde op de snelweg. In een gesprek dat over iemand anders ging. In een auto die niet van mij was. Naar een plek waar ik niet woonde. Het gebeurde toen ik het niet verwachtte. De lucht was al maanden helder. Niet zonnig, maar altijd blauw. Soms grijs, maar nooit regenachtig. Ik had het niet meteen door, maar voelde later hoe de woorden die ik had uitgesproken zichzelf een plek hadden gegeven en me vanaf een afstandje zaten uit te lachen. Ze waren gevestigd in dat mistige deel van mijn brein, waar mijn ogen moeite hebben met scherpstellen en mijn oren suizen van de chaos. Langzaam, maar zeker waren ze op een missie om de positieve geluiden waar ik mezelf mee had gevuld weg te duwen.

Het is moeilijk om toe te geven, maar gek genoeg gaf het me een gevoel van comfort. Een oude vriend, waarvan je weet dat hij niet goed voor je is. De misselijkmakende, maar zachte waas van dat ene glas wijn te veel. Ik liet het toe. Vechten is vermoeiend. Zeker als je tegenstander alleen leeft tussen je oren.

Morgen is er weer een dag.